Van Aanpassen naar Inpassen

Mensen zijn sociale wezens.

Vanaf onze geboorte zijn we afhankelijk van anderen. Om te overleven, maar ook om ons te ontwikkelen. We leren al vroeg rekening houden met de mensen om ons heen. We leren wat gewaardeerd wordt, wat gewenst is en wat ons helpt erbij te horen.

Dat vermogen om ons aan te passen is belangrijk. Zonder aanpassing zouden we moeilijk kunnen samenleven.

Toch schuilt daarin ook een risico.

Sommige mensen raken onderweg steeds verder verwijderd van zichzelf. Niet omdat zij dat bewust kiezen, maar omdat zij zo gewend raken zich aan te passen dat zij hun eigen gevoelens, verlangens en behoeften steeds minder goed herkennen.

Zij leven met de rem erop.

Niet omdat zij niet weten hoe zij zich moeten aanpassen.

Maar omdat zij vergeten zijn wie zij zelf zijn.


Het risico van aanpassen

Aanpassen betekent vaak dat we proberen te voldoen aan verwachtingen van anderen.

We willen aardig gevonden worden.

Geen conflicten veroorzaken.

Niemand teleurstellen.

Erbij horen.

Dat zijn heel menselijke verlangens.

De mens is immers een sociaal dier.

Maar wanneer aanpassen betekent dat we onze eigen gevoelens, grenzen of verlangens voortdurend opzijzetten, ontstaat er iets anders.

Dan verliezen we langzaam het contact met onze eigen kleur.

We doen wat hoort.

Wat verstandig lijkt.

Wat anderen verwachten.

Maar steeds minder wat werkelijk bij ons past.


Geel en rood

Soms gebruik ik het beeld van kleuren.

Stel dat ik geel ben en de ander rood.

Aanpassen betekent dan dat ik probeer rood te worden.

Ik geef steeds meer van mijn eigen kleur op om bij de ander aan te sluiten.

Dat lijkt misschien harmonieus, maar uiteindelijk verdwijnt er iets essentieels.

Mijn eigen kleur wordt steeds minder zichtbaar.

Werkelijke ontwikkeling gaat voor mij niet over aanpassen, maar over inpassen.


Inpassen

Inpassen betekent dat je trouw blijft aan jezelf, terwijl je tegelijk ruimte maakt voor de ander.

Niet door vast te houden aan je eigen gelijk.

Niet door jezelf weg te cijferen.

Maar door aanwezig te blijven met wie je bent.

Juist daardoor kan er iets nieuws ontstaan.

Niet doordat één van beiden verdwijnt, maar doordat beide kleuren elkaar ontmoeten.

In die ontmoeting veranderen beide kleuren voortdurend, zonder zichzelf te verliezen.

Dat vraagt iets van beide mensen.

Openheid.

Nieuwsgierigheid.

Respect.

En soms ook moed.


Verbinding zonder zelfverlies

Veel problemen in relaties, gezinnen, teams en organisaties ontstaan wanneer één van beide bewegingen overheerst.

Soms passen mensen zich voortdurend aan en raken zij zichzelf kwijt.

Soms proberen mensen juist hun eigen kleur aan anderen op te leggen.

In beide gevallen verdwijnt de ontmoeting.

Werkelijke verbinding ontstaat wanneer mensen zichzelf durven zijn én open blijven staan voor de ander.

Dat klinkt eenvoudig.

Maar in de praktijk vraagt het vaak veel oefening.

Vooral wanneer we gewend zijn geraakt onszelf weg te cijferen of juist te beschermen.


Een levenslang proces

Van aanpassen naar inpassen is geen trucje.

Het is een ontwikkelingsproces.

Een proces waarin we steeds opnieuw leren luisteren naar wat er in ons leeft.

Wat voelen we?

Wat hebben we nodig?

Waar liggen onze grenzen?

Wat past werkelijk bij ons?

En tegelijk:

Wat leeft er bij de ander?

Waar verlangt de ander naar?

Wat heeft de relatie nodig?

Die beweging is nooit af.

Mensen veranderen.

Relaties veranderen.

Omstandigheden veranderen.

Wijzelf veranderen.

Steeds opnieuw worden we uitgenodigd om onze eigen kleur mee te nemen in de ontmoeting met anderen.


In vrijheid jezelf kunnen zijn

Misschien is dat wel één van de belangrijkste opgaven in het leven.

Niet jezelf verliezen in de ander.

Maar ook niet verdwijnen achter muren van onafhankelijkheid.

Ontwikkeling gaat niet alleen over jezelf worden.

Het gaat ook over jezelf kunnen zijn in relatie tot anderen.

In vrijheid.

In verbinding.

En in contact met de wereld waarin je leeft.