Wanneer ik terugkijk op mijn leven, zie ik geen rechte lijn. Ik zie een weg die zich langzaam heeft ontvouwd. Achteraf lijken de verschillende hoofdstukken logisch op elkaar aan te sluiten, maar terwijl ik ze leefde had ik dat zelf lang niet altijd in de gaten.
Als jonge topsporter ontdekte ik hoe talent, discipline en plezier samen kunnen komen in prestaties. Tijdens mijn opleiding tot fysiotherapeut leerde ik het lichaam vooral kennen als iets dat onderzocht en behandeld kon worden. Pas later, via de haptonomie, ontdekte ik een andere manier van waarnemen. Niet het lichaam als object, maar als de plaats waar wij het leven ervaren. Het voelende lichaam. Het huis waarin wij wonen.
Van daaruit kreeg ook mijn werk steeds meer vorm. Ik werkte in de topsport, hield mij bezig met talentontwikkeling, begeleidde mensen binnen organisaties en bouwde mijn eigen praktijk op. Op het eerste gezicht lijken dat heel verschillende werelden. Toch ben ik overal dezelfde vraag blijven onderzoeken: hoe ontwikkelt een mens zich, en wat helpt iemand om, juist wanneer het leven iets vraagt, verbonden te blijven met zichzelf?
Mijn belangrijkste leermeesters vond ik niet alleen in opleidingen of boeken. Natuurlijk hebben zij mij veel gegeven. Maar het leven zelf heeft mij misschien nog wel het meest geleerd. Mijn ouders en grootouders. Coaches. Cliënten. Liefde. Verlies. Vriendschap. Mijn kinderen. Mijn kleinkinderen. Iedere ontmoeting liet iets achter en hielp mij de mens steeds beter te verstaan.
Misschien is dat ook de reden waarom ik mij nog iedere dag verwonder. Ik voel mij niet iemand die antwoorden heeft gevonden, maar iemand die nieuwsgierig is gebleven. Nog steeds ontdek ik nieuwe verbanden. Nog steeds ontmoet ik mensen die mij iets leren. En misschien is dat wel de mooiste vorm van ontwikkeling.
Ik ben nooit opgehouden met ont-wikkelen.
En eerlijk gezegd…
hoop ik dat ook nooit te doen.